Stil…

Mijn gedachten worden beheerst door het overlijden van twee lieve zussen uit onze kerk, afgelopen dagen. Allebei ziek, kanker. Allebei in dezelfde periode gehoord dat het menselijk gezien ongeneeslijk was. De ene was al wat ouder en ondanks het verdriet zijn de nabestaanden vooral dankbaar dat haar een lang lijden bespaard is gebleven. De andere was jong, 33 jaar. Vorig jaar kreeg ze borstkanker en ze heeft geknokt en kwam er bovenop. In maart hadden we een gesprekje tussen de jassen in de hal van onze kerk en ze vertelde dat het goed met haar ging. Ze was wel emotioneel, vertelde ze, omdat ze het afgelopen jaar aan het verwerken was, maar ze kon echt zeggen dat het goed met haar ging. Dezelfde week kregen we bericht dat het helemaal mis was…

Er is veel gebeden voor deze vrouwen. Elke avond waren er groepjes mensen die in een speciaal ingerichte gebedsruimte deze vrouwen door het dak lieten zakken aan Jezus’ voeten (Marcus 2:4) en voor hen baden.

Vorige week zat ik nog aan haar bed. Ze had een paar vrouwen uit de kerk een mailtje gestuurd omdat ze zo graag nog even gewoon wilde koffiedrinken met een groepje vrouwen. Ik vond het indrukwekkend. Zo dicht bij de dood, terwijl ze er nog zo niet ziek uitzag. Zo bijzonder hoe ze nog delen van het gesprek in gebarentaal vertaalde voor haar man, die niet meer kan horen. Gewone gesprekken, maar ook gesprekken over straks… Bij het afscheid nemen zeiden we tegen elkaar: “Tot ziens! We weten zeker dat we elkaar weer gaan zien.” We gaven elkaar een hele dikke knuffel en dat was de laatste keer dat ik haar heb gezien en gesproken.

Afgelopen week ging het ineens heel hard achteruit en gisteren hoorden we dat ze was gestorven.

Nu heeft de Heer je thuis gehaald;
zo vroeg al.
Zoveel goede dingen wou je nog doen.
Maar God bepaalt
wanneer het leven dat wij ontvingen
in eeuwige vreugde overgaat..

Schrijver: Nel Benschop

Mijn gedachten zijn heel veel bij haar man en bij hun 4 jonge kinderen die nu hun vrouw en moeder moeten missen. Wat een groot gapend gat blijft er achter in hun gezin. De enige troost is dat zij het nu goed heeft bij Jezus. Maar wat een verdriet en enorm gemis voor hen die achterbleven.
Als jij ook een bidder bent, bid dan voor dit gezin! Dat God hen met Zijn sterke armen optilt en door dit diepe water zal dragen, waar ze zelf niet kunnen staan.

Bank

Wat het toch is met banken, ik weet het niet… Ik heb er een soort haat-liefdeverhouding mee, geloof ik. In de acht jaren dat we nu getrouwd zijn, gaat binnenkort waarschijnlijk ons 3e bankstel komen… Waar sommige mensen 25 jaar of langer met 1 bankstel kunnen doen, redden we het hier telkens maar een paar jaar. Eerst hadden we een mooie, maar zeer onpraktische rode sofa-bank. Leuk voor even, maar wel erg aanwezig. We konden hem goed verkopen op Marktplaats en leefden tijdelijk met een leenbankje van broer en schoonzus. Met het verhuizen naar een groter huis, hadden we ineens een zee van ruimte waar we graag een grote leefbank in wilden, waar we met het hele gezin op konden hangen. Nou, groot was ‘ie. Lomp ook. En lelijk. (Vind ik nu… :) ) Meerdere keren per dag moesten de enorme kussens opgehesen worden om het er nog een beetje netjes uit te laten zien. Ik hou van regelmatig een beetje met meubels schuiven, maar met deze enorme hoekbank waren en maar weinig verandermomentjes, omdat hij gewoonweg niet op allerlei manieren in de woonkamer paste. Bovendien is hij nu na vijf jaar al behoorlijk uitgezakt, verkleurd door de zon en al tijden een doorn in mijn oog.

Toen las ik bij blogster Tiny (gewoontiny.blogspot.com) dat haar schoonmoeder (en dus ook de schoonmoeder van mijn zus) haar bankhoezen had geverfd in de wasmachine. Aangezien het net zo’n soort bank is als wij hebben, -maar dan minder lomp- heb ik aan mevrouw Heek gevraagd hoe ze dat had gedaan. Ze legde het helemaal uit, maar waarschuwde dat de hoezen wel van katoen moesten zijn. Ik kon echter nergens een labeltje vinden waarop stond dat mijn bank van katoen was. Bij de Hema kwam ik op een gegeven moment mevrouw Heek weer tegen en ik vertelde over mijn katoentwijfel. Ze adviseerde om het dan niet te doen… Ons bankmonster krijgt dus geen frisse opknapbeurt, maar een schop onder z’n h*l de deur uit.

Ik weet ook precies wat er voor terug moet komen. Niet te duur, want er zitten nog steeds knoeiende kinderen op, niet meer lomp, want ik hou van een wat sierlijkere bank, op pootjes, want ik wil eronder fatsoenlijk kunnen stofzuigen en niet bruin, want ik wil geen bruin meer, geen hoekbank, want ik vind 2 losse banken toch wat praktischer en geeft meer verandervrijheid.

Dus de zoektocht is begonnen. En als iemand nog interesse heeft in een bruine, fantastische joekel van een heerlijk liggende hoekbank, met ietwat gebruikerssporen en een beetje zongebleekt… Let me know… :)

(ps: de bank op het plaatje is een soortgelijke. Die van ons is echter nog groter…)

Jurk – het vervolg op het vervolg

Dat tegoedbonnetje in mijn portemonnee zat daar niet lekker. Ik kreeg een tip via Facebook, waarin me verteld werd dat je als klant recht hebt op je geld terug als je een “ondeugdelijk” artikel hebt gekocht. Even zoeken op consumentensite’s leverde mij inderdaad de kennis op dat ik recht had op mijn geld terug.
Wettelijk vastgesteld recht dus. Want ondeugdelijk kon je dit jurkje wel noemen (ondeugdelijk: onsterk, armzalig, gebrekkig, knudde, onbruikbaar, onsolide, slecht, snert).
Dus besloot ik er een telefoontje aan te wagen om het voor te leggen. Ik vroeg het eerst gewoon heel vriendelijk, maar kreeg binnen enkele seconden de volle laag. Hoe ik het in mijn hoofd haalde enzo. Mijn opmerking dat het wettelijk zo geregeld was, vervloog bij haar relaas dat zij dat nou eenmaal niet deden. Wettelijk of niet. En ze wilde daar al helemaal niet over discussiëren. Ik pruttelde nog wat, maar werd continue onderbroken en toen ik uiteindelijk zei dat ik het jammer vond van die waardebon omdat het nou eenmaal een winkel is waar ik niet snel weer zal komen, kreeg ik tenslotte de sneer mee dat ik haar een rotgevoel gaf. Nou, dat was wederzijds.

Sorry hoor, maar zelfs ruim een week later denk ik nog steeds vol ongeloof terug aan dat telefoontje. Ach, het is “maar” 80 euro. Daar kunnen we een week van eten, daar kan ik 3 paar schoenen van kopen voor de kinderen. En ach, wat zit ik te piepen. Sommigen die mijn verhaal hoorden reageerden verbaasd: Joh, het was maar een jurkje van 80 euro. Ja. “Maar” 80 euro. Maar als je ooit bijstandmoeder geweest bent, dan weet je dat iets niet “maar” 80 euro is en dat je er heel veel andere nuttigere dingen van kunt halen dan nu verplicht is door de tegoedbon. Maar ja, dat had ik moeten bedenken vóór ik dit jurkje kocht… Toch? Want had ik het nodig? Nee. Ik heb mijn lesje weer geleerd.

Ik kan hogerop gaan. Maar weet je, ik heb er helemaal geen zin in. Laat lekker zitten, zij d’r zin. Iets met sop en gaar koken, denk ik dan. En nu hou ik er over op.

Daklozen

(Blog geschreven voor SestraVrouw over m’n avontuur bij de daklozen in Amsterdam. Afgelopen vrijdag geschreven, vandaag gepubliceerd.)

Ik dacht altijd dat het helemaal niks voor mij was. Die vieze mannen: dronken, stoned, stinkend… Tot ik een tijd geleden Mattheüs 25:40 las: Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan. Toen besloot ik dat ik het in elk geval een keer wilde proberen.

Mijn vader gaat een keer of vijf per jaar naar Amsterdam om daar bij een eettafelproject het eten te verzorgen voor daklozen. Gisteren was het dan zover, ik ging mee. Twee vaders en een moeder van school gingen ook mee en zo vertrokken we dus met een busje vol eten en helpers naar het Amsterdamse.

Nou woon ik in een dorp en hoewel er ook bij ons drugs en alcohol gebruikt wordt, is het toch wel een heel beetje anders in de Grote Stad. Ik voel me al onveilig bij een groepje hangjongeren, dat gevoel was toch wel een stuk erger toen we lopend naar een supermarkt gingen voor een toetje en ons in het buitenland waanden. Ik was blij dat mijn vader mee was en ik niet alleen samen met de andere moeder, Maria, op pad gegaan was.

Terwijl de mannen op het binnenplaatsje vis bakten, kookten Maria en ik de wortels, aardappels, een sausje en maakten het toetje klaar. Ondertussen kwamen de eerste daklozen binnengedruppeld. Inderdaad, sommigen waren vies, dronken, stoned en stinkend. Maar ik vond het niet eens erg. Ook keurige dametjes kwamen binnen, want dit project is niet alleen voor daklozen, maar ook voor mensen die gewoon niks te besteden hebben. De geur van een joint drong de keuken binnen en een van de eters had behoorlijk praatjes. Hij was nogal licht ontvlambaar en intimiderend, wat ik als zeer onprettig heb ervaren. Toen ik op een gegeven moment even alleen in de keuken stond, de begeleider nergens te zien, kwam hij het kleine keukentje binnen en liet met een hoop bombarie horen wat ik allemaal wel of niet moest doen. Ik haalde er gauw een visbakker bij die het vervolgens even in de gaten hield, terwijl ik nog natrillend verder ging met het eten.

De enorme pannen met eten en de grote voorraad vis gingen schoon op. Op het laatst kwam een aantal daklozen met plastic bakjes waar we nog een portie in deden. Waarschijnlijk eten ze dat vandaag op.

Ik heb me echt verbaasd. Een man leefde op straat, zag er niet uit als een zwerver, had een goede baan gehad, maar was door de recessie failliet gegaan en had niks meer. Anderen liepen echt te zwalken, beneveld door verdovende middelen. Een hele stille man met heel veel lagen kleren aan kwam als eerste binnen, ging aan een tafeltje zitten en wachtte geduldig af tot het eten klaar was. Toen hij weer wegging kwam hij de keuken in en gaf Maria en mij een handkus als dank voor het eten. Dat raakt je.

We praatten nog even na, pakten de spullen weer in en vertrokken. En sinds ons vertrek moet ik er toch steeds aan denken. Was dit iets voor mij? Ik merk dat vooral de intimiderende man een negatieve stempel heeft gedrukt op dit avontuur, maar is dat een reden om niet nog een keer te gaan? Ik denk het niet. De dankbaarheid van deze ‘onaanzienlijken’, het gevoel iets te betekenen voor hen die letterlijk niets hebben en het besef hoe goed wij het eigenlijk hebben in vergelijking met deze mensen, is reden genoeg om dit vaker te doen.

Jurk – het vervolg

Een paar blogjes geleden schreef ik over een jurk, die ik na even twijfelen had gekocht, waar ik erg blij mee was en waar de blijheid al snel bij vervaagde, want na 3 keer dragen was het (te dure) jurkje eigenlijk al niet mooi meer. Ik kreeg een ander exemplaar mee naar huis en vol goede moed gaf ik dat jurkje weer een nieuwe kans.

Maar al snel was het duidelijk. Ook dit jurkje was na 3 keer dragen echt niet mooi meer. Dus vertrok ik vanmorgen weer naar de winkel. Het winkelmeisje moest even overleggen met haar baas die er nu niet was en ik zou teruggebeld worden. Lang hoefde ik niet op het telefoontje te wachten en ik kreeg te horen dat er inmiddels al meer van deze jurken retour gekomen waren. Ik mocht voor hetzelfde bedrag wat anders uitzoeken in de winkel.

En daar wringt te schoen. Want het was eigenlijk een winkel waar ik nog nooit geweest was en waar ik eigenlijk door een paspop met leuk jurkje bij de deur een keer binnen ging kijken, maar het grootste gedeelte van wat er hangt is niet bepaald mijn smaak kleding… Ik heb werkelijk elk kledingstuk door mijn handen laten gaan vanmiddag, maar ik vond niks waarvan mijn hart een sprongetje maakte.

Dus nu zit ik met een tegoedbon in mijn portemonnee… Liever had ik gewoon mijn geld terug gehad. Maar ja… Mocht je dus iets in die winkel willen kopen, lieve dorpsgenoten, laat het dan even weten, dan kunnen we misschien wat voor elkaar betekenen. Ondertussen zal ik zo nu en dan eens de winkel doorgaan in de hoop dat ik toch iets naar mijn smaak vind…

Luchtje

Met moederdag in zicht, worden we weer bedolven onder de folders met leuke spulletjes die de hebberigheid van elke mama zou moeten aanwakkeren. Nou ben ik er ook niet helemaal ongevoelig voor met mijn kadootjes-liefdestaal, dus kan ik altijd wel iets opnoemen wat ik graag heel mooi ingepakt zou willen ontvangen en dat lijstje wordt na het doorbladeren van de folders alleen maar groter. Al hecht ik aan de andere kant weer helemaal niet zo veel waarde aan spulletjes. Ja, ik kan er echt van genieten hoor, van een pareltje uit de kringloop, iets wat ik zelf gemaakt of gepimpt heb of iets wat gewoon iets bijzonders heeft, wat iemand speciaal voor jou gekocht of gemaakt heeft. Wat moederdagkadootjes betreft vind ik het leuker als ze met iets aankomen wat ze zelf gemaakt of bewust zelf uitgekozen hebben. Zo kwam Elise ooit met een knalroze afwasbak aanzetten. Prachtig, dat was wel het speciaalste kado ooit. Ik zag haar al zo lopen als heel klein meisje met haar vader door de Blokker…

Tegenwoordig ben ik vooral geïnteresseerd in de folders met de luchtjes, aangezien de bodem van mijn parfumflesje in zicht komt en ik eigenlijk na jaren en jaren hetzelfde luchtje gedragen te hebben, over wil op iets anders. Maar ja… WAT dan? Ik ben toch best wel een kniesoor, wat luchtjes betreft. Heb een gevoelig neusje, zeg maar. Vind veel gewoon niet zo heel lekker, te sterk, te dit, te dat. Dus heb ik nu al jaren Roma van Laura Biagotti. (Omschrijving op de site van haar over Roma: ROMA “spreekt” van eeuwige waarden en viert de emoties die absolute schoonheid tot binnen het hart roert. Het is een olfactorische meesterwerk. Roma is een uiting van creativiteit gewijd aan de expressie van gevoelens.) Mooie omschrijving voor een geurend watertje. :) Het is natuurlijk een geurtje wat al heel wat jaren bestaat en inmiddels zijn er al ontelbare luchtjes bijgekomen die misschien ook wel lekker zijn. Ik heb het nooit zo aangedurfd om over te stappen op iets anders. Had ook een lekker luchtje van de Bodyshop, die ik zo nu en dan droeg (white musk) maar toch stond het me op een gegeven moment tegen. Terwijl ik het wel weer lekker vind ruiken als iemand anders het op heeft. Ook een flesje van Hugo en een flesje van Jean Paul Gaultier staan voor het grijpen, maar op een zeldzame uitspatting na, blijven die onaangeroerd op de plank staan.
Zal ik de gok wagen en man&kids de hint geven in de richting van een geurenwinkel of blijf ik vastgeroest zitten aan het geurtje wat al jaren om me heen hangt en blijkbaar goed bij me past?

Clown

Al heel wat jaren organiseert de oranjevereniging (geloof ik…) rond koninginnedag een uitje voor alle kleuters. Dan mogen ze allemaal met de bus naar een show van een clown komen kijken. Dat was 30 jaar geleden al zo en dat is nu dus nog steeds zo. Nou ben ik al niet zo dol op clowns, met als dieptepunt een flirtende Franse clown die de hele avond heel akelig “Joehoehoeoeoeoeoe!” riep toen ik op m’n 18e met m’n ouders, zusjes en vriendin van zusje ergens bij La Palmyre een circus bezocht. Maar goed, dat terzijde. Ik hou er gewoon niet van. Nooit van gehouden ook.
Vanmorgen mocht ook Rebecca dus naar de clown. Zij had haar rood-wit-blauwe, door mijzelf gemaakte, rokje aan en stond verlangend naar mijn Delftsblauwe ketting met oudhollandse kralen te kijken. Of ze die om mocht, want dat paste zo mooi bij haar rok. “Tuurlijk, meisje,” zei ik, “maar wees er wel zuinig op hè!” Dat zou ze doen.

Ik zwaaide met nog een handje vol moeders de bus uit, want die was voor het eerst in mijn carriére eens op tijd, en ging gauw naar huis voor een bakkie koffie en zou daarna bij groep 7 en 8 gaan kijken die een krans zouden leggen bij het door onze school geadopteerde oorlogsmonumentachtige ding, een plaat aan de muur van een huis waar in 1945 een militair uit Canada door granaten om het leven kwam. In datzelfde huis heb ik met Elise gewoond (of eigenlijk maar in een klein stukje van dat huis, het was zelfs vroeger de deel) maar evengoed vond ik het wel bijzonder.

Toen het tijd was om Rebecca weer op te halen, liep ik voor de zoveelste keer die ochtend het stukje naar school. Ik zag het meteen al toen ze eraan kwam lopen: er was wat gebeurd. De juf kwam naar me toe en vertelde wat er was gebeurd met die clown. Ik vond op dat moment erg jammer dat ik er niet zelf bij was geweest. Hij wilde namelijk Rebecca’s ketting hebben en heeft hem weggetoverd. Kind huilen natuurlijk… Ze moest er nog wel zo zuinig op zijn en nou toverde die idioot hem weg… Gelukkig toverde hij hem ook weer terug, maar het leed was al geleden. Rebecca houdt ook niet van clowns. En al helemaal niet meer van deze. Dus oranjevereniging: verandering van spijs doet eten. Volgend jaar iets anders dan deze engerd?

(Uitleg bij de foto: 1982, met bus naar clown, ik ben dat meisje in die oranje overall. 2012, zelfde school, ook met bus naar clown, meisje in rood-wit-blauw rokje is Rebecca. De bomen naast school zijn in die 30 jaar ook iets gegroeid…)

Bril

Al enige maanden wordt hij aan mij toevertrouwd. Ik heb het echt geprobeerd, maar kan niet aan hem wennen. Ik krijg er een zweetneus van, irritatie van het “iets” op mijn gezicht hebben, het gevoel alsof ik door een fotolijstje moet kijken. Kortom, na een periode van mezelf dwingen eraan te wennen en hem gewoon de hele dag op te zetten, wat eigenlijk niet eens persé hoefde, is hij weer verbannen naar zijn doosje. En alleen als ik langer achter de computer zit of lang moet autorijden, dan haal ik hem tevoorschijn. Ik heb het over mijn bril. Hij werkt grandioos tegen de hoofdpijn, in combinatie met mijn regelmatige kraakmomenten bij de fysio, dus ik ben er heus wel blij mee. Maar wennen… nee. Bovendien is de sterkte niet zo dat ik niks meer kan zien als ik hem niet op heb, dus dan mis je hem ook niet zo snel. Dat is bij Elise wel anders, die mist hem echt als ze geen bril op haar neus heeft. Voorlopig blijf ik nog maar even een parttimer wat brildragen betreft… Dan moeten mijn hersenen zo nu en dan maar even wat harder werken met mijn ene plus en andere min oog… Jammer dan.

Spanning en sensatie

Afgelopen zaterdagmiddag was ik even op de scooter met Elise naar het dorp geweest. Langs de molen sjeesden we over de Stadsgracht naar huis. Vlakbij huis reed er ineens een politieauto en je eerste menselijke reactie is dan: NETJES RIJDEN! Dat deed ik dus ook keurig, maar in de spiegel zag ik dat de politieauto me achtervolgde. Later zou blijken dat hij helemaal niet achter mij aanzat en dat ze helemaal niet zaten te letten op een iets te hard rijdend scootertje, maar ja, dat wist ik op dat moment nog niet.

Even later was ik in de tuin een paar tafeltjes aan het schilderen toen er ineens een politiehelikopter boven onze wijk hing. Duidelijk zoekend naar iets of iemand. Omdat je tegenwoordig via Twitter heel snel op de hoogte bent van alles, wist ik dus ook heel snel dat er 100 meter van ons huis bij een benzinepomp een gewapende overval was gepleegd en dat één dader inmiddels gepakt was, maar die andere moest nog ergens in onze buurt rondlopen, of beter: ergens verstopt zitten. Dat is dan best een beetje angstaanjagend en ik heb met snel kloppend hart wel even voorzichtig achter ons tuinhuisje in in het speelhuisje van de kids gekeken of daar niet een boef zat.

Aan alle kanten van onze straat stonden politieauto’s en agenten. De helikopter zocht metertje voor metertje de buurt af. Elise moest naar een feestje, wat ook in onze buurt was, maar we hebben haar toch maar even met de auto weggebracht. Ze zal die gek maar tegenkomen onderweg. Bewapend en al…

‘s Avonds was er voor onze deur nog een akkefietje met 4 politieauto’s waarvan 2 in burger, veel politiemensen en een jongen die compleet uit zijn dak ging. Eén politieman in burger kleedde zich bij zijn bus om , buiten voor ons huis, en toen zagen we dat ze dus allemaal voorzien waren van sixpack, in dit ene geval dan… :) kogelvrije vesten, handboeien, pistolen… Indrukwekkend ja.

Uiteindelijk zijn er een aantal jongens uit ons dorp opgepakt, waarna er ook weer een aantal zijn vrijgelaten en zo ver ik weet is er nog één spoorloos en ik begreep dat er gisteren in de bosjes, waar ik zaterdagmiddag langs gesjeesd ben op het moment dat de overval dus net gebeurd was, iets gevonden is. Of het de buit of de wapens zijn, dat weet ik niet. Wel een raar idee dat ik de (gewapende) dader (die dus later weer vrijgelaten is) zomaar had kunnen tegenkomen terwijl ik nietsvermoedend op mijn scooter naar huis reed… Maar goed, in een dorp als dit gaan er natuurlijk al snel spookverhalen in het rond, worden er namen genoemd en zijn niet alle bronnen even betrouwbaar, dus hoe het nou allemaal precies zit… dat weet ik ook niet. Wel weet ik dat ik het behoorlijk eng vond, al die politie, die helikopter en die rondrennende gewapende daders vlak bij ons huis…

Jurk

De mensen die ook via Facebook en Twitter meelezen, hebben zo’n anderhalve week geleden vast het verhaal van De Jurk wel meegekregen. Voor de gene die dat niet meegekregen hebben, volgt het hier. Het verhaal heeft namelijk een staartje gekregen…

Ik was met zus, vader en moeder in het dorp op koopavond. We zouden de kadobon, die ma van zus en mij had gekregen voor haar verjaardag, verbrassen bij een chocoladetentje. Voor die tijd doken we nog even gauw een paar winkels in. Ook een winkeltje waar ik eigenlijk nog nooit in geweest was. Ik ben niet zo van de piepkleine winkeltjes waar je als enige potentiële klant rondloopt en je bekeken voelt door de verkoopster, als zij zich al niet meteen aan je op dringt. Maar dat was hier in dit geval toch wel anders. Zus paste een spijkerbroek en ik stond ademloos te kijken naar een zwart jurkje met roosjes. Nou moet ik er wel bij vertellen dat ik van alles met roosjes (theekopjes, kussentjes, bloempotjes, sieraden, fotolijstjes, lingerie, kleding en ga zo maar door…) zo’n beetje ademloos word, dus dat was nog niet zo gek. Het merk van dit jurkje vind ik een erg leuk merk (King Louie) maar het nadeel is dat het toch wel een klein beetje aan de prijs is. Ik liep dus verder langs de rekken en toen zag ik hem: een zwart jurkje, ook van King Louie, met cremekleurige stippen. Kanten randje (ben ik ook al zo dol op…) langs de korte mouwen en langs de hals, overslag model met rimpels wat laatste beetje buik verdoezeld, mooi modelletje… Dit was wel een heel fijn jurkje, zo eentje die je keer op keer op keer op keer draagt, lente, zomer, herfst en winter… Maar hij was wel 80 euro en dat voor een vrij eenvoudig jurkje… Ik liet hem hangen.

De volgende dag ging ik toch terug. Ik had er zelfs over gedroomd namelijk. En vond hem toch wel erg leuk en praktisch. (Elke vrouw moet immers minstens een paar Little Black Dresses in haar kast hebben hangen, hebben ze mij wijs gemaakt… :) ) Op aanraden van een paar Facebookers heb ik hem gepast. Het zou maar zo kunnen dat hij voor geen meter zat en dan was het “probleem” meteen opgelost. Ik paste ook het rozenjurkje. Ze zaten allebei als gegoten en superlekker. Ik neigde toch naar de roosjes. Maar bedacht in de paskamer dat ik geen van beide zou kopen. Ik liep langs de toonbank om de jurken aan de verkoopster te geven, zodat zij ze kon ophangen en zei ineens dat ik die gestippelde toch nam. Even later liep ik met mijn jurk in een tasje de winkel uit. Edco moest wel even lachen toen ik met jurk thuiskwam.

Bewust heb ik voor stippeljurk gekozen omdat die wat minder modegevoelig is. Bovendien heb ik al wat bloemetjesjurken. (Dat is zo’n ouwe oma-woord, maar ze zijn echt leuk hoor!) Het is inderdaad een erg fijn jurkje. Ik heb hem inmiddels een paar keer aangehad. Maar de laatste keer viel me op dat hij toch al wel een beetje vaal begon te worden. Vreemd, want dit merk staat nou niet bekend om z’n slechte kwaliteit stoffen. Het is juist een mooie zware stof en geen flutje. Ik had er toch niet zo’n prettig gevoel over. Betaal je dorie zo’n bedrag en dan is hij na 3 keer dragen gewoon al niet mooi meer… Het kaartje lag nog onderin een prullenbak en ik viste het eruit en nam het jurkje met kaartje weer mee naar de winkel. In mijn hoofd had ik al allerlei dreigementen bedacht -grapje- dus volledig op scherp liep ik de winkel binnen. Ik wilde maar 1 ding: mijn geld terug. Geen tegoedbon of wat dan ook.

De dames in de winkel waren uiterst vriendelijk toen ik daar vanmiddag binnen stapte. Ze probeerden of het vale er misschien met plakband nog afging, want ze verbaasden zich over het merk en de toestand waarin jurkje verkeerde. Het vale ging er niet af en ze vonden het goed dat ik hem niet gewassen had. Ze wisten eigenlijk ook niet goed wat ze er nou mee moesten, dus werd er naar de baas (?) gebeld. Even later liep ik weer naar buiten met een goed gevoel over de service en een spiksplinternieuw jurkje. Ja, exact dezelfde, want misschien was de vorige een misser… We gaan het gewoon proberen. Als deze ook na 3 keer dragen zo vaal is, dan mag ik weer terug komen. Nou, da’s toch netjes. Al geloof ik eerlijk gezegd niet zo in eenmalige missers in een hele collectie van dezelfde jurken van dezelfde stoffen… Dus zal ik er over twee weken wel weer staan. Ik zal het kaartje bij voorbaat vast bewaren.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.